Creative Class – Welkom in de wereld van de nieuwe creatieven
Creativiteit is in het huidige werkzame bestaan meer gevraagd dan ooit. De toekomst is in handen van de „Creative Class“, zijn de trendwatchers het eens. Maar wie zijn die protagonisten van deze nieuwe creatieve klasse eigenlijk – en op welke plaatsen verrichten zij hun werk?"De collega draagt consequent zwart", merkt Birgit op over de nieuwe. "Uiteraard", antwoordt Markus glimlachend, "per slot van rekening werkt hij op de creatieve afdeling." Er maar eens van afgezien, of kleine clichés van alledag terecht bestaan of niet - één ding is zeker: Creativiteit behoord in de huidige werkwereld al lang niet meer in speciale afdelingen bij de werkomschrijving. Vindingrijkheid en competentie om tot oplossingen te komen zijn bijna overal noodzakelijk.
Het tijdperk van de kenniseconomie
Kennis is de centrale grondstof van onze tijd, zoveel staat vast. Maar statische kennis alleen is niet toereikend – werkelijk gebruik ontstaat pas, als informatie wordt gedeeld, kennis verder wordt verwerkt en uiteindelijk – iets nieuws ontstaat. Hier zijn creatieve mensen nodig. Maar wie zijn dat? Alleen kunstenaar, designers, reclamevakmensen en ontwikkelaars, of behoren wij er allemaal toe? Natuurlijk draagt een ieder van ons het potentieel in zich en gebruikt het ook vaak, maar in vroegere tijdperken had de creativiteit in het werk niet zo’n grote betekenis als tegenwoordig. Zo overheersten voor het aanbreken van het kennistijdperk en de beginnende kenniseconomie veelal lineaire werkprocessen. Routine was belangrijker dan creativiteit. Van toepassing was, het eenmaal geleerde snel en foutloos toe te passen, minder echter, nieuws te ontwikkelen. Dit heeft zich pas in de laatste decennia fundamenteel veranderd. Routine banen nemen sindsdien evident af, eveneens die complexe communicatie en analytisch werken vereisen. Bijna 80 % van alle werkende mensen in de ontwikkelde landen beoefent tegenwoordig een beroep uit, waarin de verwerking van informatie centraal staat - een groot aantal. Geen wonder, dat creativiteit en innovatie tegenwoordig meer dan ooit gevraagd zijn en hun sloganfase al hebben overwonnen.
Creativiteit als ondernemingswaarde
Spannend is in deze context echter ook een andere ontwikkeling: Volgens enquêtes is het immateriële vermogen voor bedrijven tegenwoordig belangrijker geworden dan het materiële, zoals wordt bevestigd door 68% van de ondernemende; voor 28% zijn beide componenten evenveel waard. Concreet betekent dat, criteria als markwaarde, knowhow, innovatiekracht of patenten zijn letterlijk veel geld waard. Het aantal van het laatste nam overigens sinds het jaar 2000 snel toe – in het jaar 2007 werden er twee keer meer patenten aangemeld dan 7 jaar tevoren. Creativiteit is zomede een uitermate belangrijke economische factor voor bedrijven geworden.
De Creative Class
Tot de "klassieke" en alom bekende "Creative Industry" worden onder meer branches gerekend als design, reclame, architectuur, muziek, film en kunst ondernemingen. Heel begrijpelijk: hier is de creativiteit de sleutelfactor bij het werk. Het zal wellicht verwonderen, maar de sector van de culturele en creatieve wetenschappen staat in Duitsland bijvoorbeeld al op de derde plaats van de toegevoegde waarde, alleen overtroffen door de machinebouw- en de automobielindustrie.
De Amerikaanse socioloog Richard Florida gaat in zijn boek "The Rise of the Creative Class" (2002) nog een stap verder, als het daarom gaat, de betekenis van creativiteit voor de economie in te schatten. Voor hem vormt de door hem benoemde "Creative Class" zelfs de economisch bepalende basis van een maatschappij! Meer dan een derde van de gehele Amerikaanse werkzame bevolking deelt hij in bij de Creative Class – en zij zijn goed voor rond de helft van het BNP. Natuurlijk moet men daarbij ook weten, dat Richard Florida het begrip "Creative Class" iets verder definieert. Voor hem behoren tot de kern die personen, van wie het de belangrijkste opgave is, iets te doen ontstaan. Hun innovaties leiden tot nieuwe producten, geoptimaliseerde processen of nieuwe inzichten. Bovendien rekent Florida ook de zogenaamde Creative Professionals tot de Creative Class. Daartoe behoren bijvoorbeeld advocaten, professoren, managers, adviseurs, softwareontwikkelaars, ingenieurs, artsen en anderen – niet ten onrechte, want ook als hun belangrijkste opgave niet daaruit bestaat, nieuws te maken, is ook hier zelfstandig denken en creatieve probleemoplossing nodig – tenslotte staan deze beroepsgroepen veelal voor complexe opgaven.
Waar gaan de creatieven heen?
Florida observeert ook, welke regio’s voor leden van de zeer mobiele Creative Class aantrekkelijk zijn en identificeert daarbij drie factoren, die een grote invloed hebben op de vestiging van de creatieven: technologie, talent en tolerantie. Terwijl de beide eersten al lang bekend zijn, laat hij met tolerantie een nieuw aspect zien. Tolerantie is gekenmerkt door openheid en ontvankelijkheid voor het nieuwe – als maatstaf voor de tolerantie van een regio beschouwt Florida de omgang met randgroepen, waartoe hij o.m. homoseksuelen en kunstenaars rekent. Met de "Bohemian Index" probeert hij vast te stellen, hoeveel kunstenaars er in een regio leven. De thesis van Florida: Waar tolerantie heerst, leven veel kunstenaars en waar veel kunstenaars leven, zijn de kansen groot, dat er nog meer creatieve mensen gaan wonen. Een groot spectrum aan verschillende persoonlijkheden leidt tot een grotere uitwisseling aan nieuwe ideeën. En deze laten de economie opleven.
Steden en regio’s doen er daarom goed aan, een aantrekkelijke ambiance voor de Creative Class te creëren, want volgens Florida bestaat er al een mondiale competitie om de creatieve mensen. Deze zal – aldus Florida‘s thesis in zijn latere publicaties zoals "The Flight of the Creative Class" (2006) – de bepalende rol spelen in de economie van de 21ste eeuw.
Wat creatieven verbindt
Wat deze nieuwe groep van de nieuwe creatieven met elkaar verbindt? Het antwoord is simpel: een hoge mate aan autonomie en flexibiliteit. Zij ontwikkelen zelfstandig en verregaand ongebonden door voorschriften nieuws, dat een stempel wil drukken op het heden en de toekomst.
Dat een dergelijk werk- en levensconcept echter niet alleen maar positieve kanten heeft, ligt voor de hand. Want vaak mist de ondersteuning in het geval van mislukken. Bovendien voelt zich deze en gene in een eerder belastende zelfstandigheid gedwongen, waarin flexibiliteit tot dwang wordt en de weg uit de hachelijke onderneming van de Ik-BV moeilijk is.
Creatieve Communities
Netwerken, die bouwen op wederzijdse hulp en inspiratie, presteren niet alleen in deze gevallen doorslaggevende zaken. Zij leveren enthousiasmerende creatieven een animerende ambiance. Zo bijvoorbeeld de Uchronia Community, die door de Belgische ster-designers Jan Kriekels & Arne Quinze werd opgericht. Zij willen creativiteit met spiritualiteit verbinden. Dat betekent de reflectie van de eigen waarden, het vermijden van denkideologieën en zich wenden tot mondiale uitwisseling. Het concept functioneert: de community groeit en brengt nieuwe producten, ideeën en concepten tot stand.
Een andere soort community voor creatieven bevindt zich bijvoorbeeld in Wenen op drie locaties: in de schroevenfabriek, de hoedenfabriek en het Rochuspark. Creative workers kunnen hier kantoorruimtes huren – naar het motto: "Home Office was gisteren, vandaag is Community". Wie thuis de muren op zich af ziet komen en de dag liever doorbrengt met gelijkgestemden in plaats van alleen thuis te zitten, vindt hier een inspirerende werkomgeving. Bovendien ontstaan er coöperaties en synergie. Heeft iemand bijvoorbeeld een graficus nodig, dan geeft hij meteen opdracht aan de kantoorbuurman, in plaats van een externe te zoeken. Ook de funfactor komt niet tekort - feesten of vernissages lukken gezamenlijk gewoon beter.
Anna Voltren





