Bene-kantoormeubilair
Nieuwsbrief
Lebensräume: Museen - Guggenheim, Bilbao
9. Juni 2011

Leefruimtes: musea

Zij zijn foedraal en reservoir, hebben inhoud en functie, zijn manifestaties van ideeën en intenties. Ruimtes staan – als geënsceneerde plaatsen met fysieke aanwezigheid – vooral in permanente wisselwerking met hun gebruikers. Want: gemaakt voor een bepaald doel, beïnvloeden zij – vice versa – de waarneming van hun users zelf en creëren zij daarmee nieuwe realiteiten.

In onze actuele Office.Info-serie zoeken wij naar ruimtes met bijzondere identiteit en vragen wij naar het Hoe van hun manieren van vormgeving en werking. Als opmaat: musea, culturele ceremoniële plaatsen tussen archivalisch geweten en belevenisfetisjisme.

Niet voor niets heet het: ruimtes hebben karakter. Ongeacht of wij erin werken, leren, doceren, communiceren, ons willen vermaken of ontspannen – de daarvoor "gemaakte" ruimte refereert over het algemeen duidelijk aan de bijzonderheden van gebruikers en activiteiten. Of hij dan ook "functioneert", is een heel andere vraag en hangt er helemaal vanaf, of hij ons ook emotioneel bereikt. Effect is per slot van rekening toch meer dan de wortel uit hoogte van de ruimte + kleur van de wand + plaats om iets neer te zetten.


Met de ogen van de toeschouwer


Natuurlijk beschikken musea over bijzondere complexiteit. Want hier is meestal al de architectuur de ster en worden de bezoekers beloftes gedaan, die het verwachtingspatroon reeds voor het eerste entree sterk bepalen. De huidige museumgebouwen presenteren zich waarachtig spectaculairder dan in vroegere eeuwen en reclameren zelfbewust publieke appreciatie en discussie. Of Yoshio Taniguchis MoMA in New York, Shigeru Bans en Jean de Gastines Musée des Confluences in Lyon, Jean Nouvels Louvre in Abu Dhabi of Ortner & Ortners Museumsquartier in Wenen – het museum is kunstwerk en prestigieus architectonisch object. Maar hoe gedraagt het zich tegenover zijn "residents" , de kunst, de bezoekers, of überhaupt als werkplek? Voldoet het aan nieuwe eisen of staan traditionele taken op de voorgrond? Het staat vast: het museum is vanouds een plaats met een heel bijzondere atmosfeer en grote uitdagingen.


Contemplatie of belevenis?


Kalm en in zichzelf rustend ligt de ruimte in het gele licht, dat – gebroken door de zonweringen – gedempt door de hoge ramen stroomt en zich voorzichtig verspreidt op de parketvloer en de gestoffeerde banken. Aan de paarsblauwe wanden de schilderijen. Rondom aangename stilte. Als uit de verte klinken af en toe een paar voetstappen. Ron houdt van de ochtenduren, wanneer er pas een paar bezoekers de weg naar het museum weten te vinden. De tijd schijnt hier een ander ritme aan te slaan en de drukte buiten te vergeten, alsof zij erop let, ruimte te laten voor gedachten, die zich pas geleidelijk ontvouwen.


Projecten met een missie


Zijn oorsprong heeft het begrip museum in het Oudgrieks. De muzen werden als beschermgodinnen van kunst, cultuur en wetenschap op bepaalde plaatsen vereerd. Voor ons begrip geldt het Capitolijnse Museum in Rome, dat door Paus Sixtus IV gevestigd werd, kort voordat het Vaticaanse Museum in 1506 zijn verzameling beeldhouwwerken openstelde voor een publiek van de hogere klassen, als het eerste museum.
Maar al vanaf de 18de eeuw behoren musea tot de belangrijkste projecten van gerenommeerde architecten. Bijvoorbeeld het Kunsthistorisch en het Natuurhistorisch Museum in Wenen, 1871-1891 gebouwd naar ontwerpen van Gottfried Semper en Carl von Hasenauer in de stijl van de Italiaanse renaissance, zijn prachtige monumentale bouwwerken. De bezoeker is heden ten dage nog altijd onder de indruk van de prachtige entreehallen, die niet alleen een atmosfeer van grandeur en luister uitstralen, maar in hun tijd ook politiek statement en pedagogische missie symboliseerden.
De historische bouwkunst bepaalt de verschijningsvorm van museale objecten nog tot ver in de 20ste eeuw. Dan echter houdt de vreugde aan het experimenteren haar intocht in de museumarchitectuur. Een gevierde architecten als Hans Hollein, Daniel Libeskind, Frank O. Gehry, Zaha Hadid, Mario Botta, Tadao Ando, Jean Nouvel of Renzo Piano creëren, resp. creëerden nieuwe, opzienbare cultusplaatsen, die fungeren als imagodrager voor hele steden. Soms worden deze cultusplaatsen gepland en gebouwd, nog voordat de inhoudelijke vormgeving vaststaat. Een voorbeeld daarvoor is twijfelloos het door Daniel Libeskind ontworpen Joods Museum Berlijn. In de eerste twee jaren na de opening ervan in het jaar 1999 stroomden er al 350.000 bezoekers binnen – en dat hoewel het gebouw nog leegstond. Men kon zich immers van begin af aan niet ontrekken aan de fascinatie van de grotendeels asymmetrisch ontworpen ruimtes, waarvan de compromisloze optiek alleen ontstaat door vlakken en onderbrekingen van vlakken.


Dit is geen museum


Als eerste moderne museumbouwwerk, dat het gevoel van eigen identiteit van huidige museumarchitectuur verregaande heeft bepaald, geldt het door Frank Lloyd Wright in de jaren ‘40 van de vorige eeuw ontworpen en in 1959 geopende Solomon R. Guggenheim Museum in New York. De opdrachtgeefster, Hilla von Rebay, schreef aan Wright: "Ik wens mij een tempel van de geest, een monument." En dat werd het dan ook.
Het gebouw groeit in een zich naar boven tot openende spiraal de hoogte in. De bezoeker komt met een lift tot onder de glazen koepel. Van daaruit wandelt men de spiraalvormige helling omlaag, aan de wanden zijn de tentoongestelde kunstwerken als het ware reisgenoten. Het gebouw beperkt zich echter niet alleen daartoe. Want het ronde gebouw is naar binnen toe open, wat enerzijds zorgt voor een aangenaam ruime atmosfeer en anderzijds blikken toelaat in de andere etages, zodat mentale verbindingslijnen dwars door de ruimtes (en door de gepresenteerde tijden) kunnen worden getrokken. Bovendien zijn de galerijen onderverdeeld in verschillende sectoren, die vanuit de spiraalgang betreden kunnen worden, voordat men deze verder volgt. Deze ruimtelijke indeling is gemaakt naar het voorbeeld van citrusvruchten met hun membranen, zoals sowieso veel in het gebouw geïnspireerd is op de natuur en organische vormen en zodoende niet alleen ruimtelijk, maar ook thematisch een intieme relatie heeft met het omringende Central Park.
Het bouwwerk werd bejubeld maar ook heftig bekritiseerd, vooral door kunstenaars en kunstcritici, die meenden, dat het als museum volkomen ongeschikt zou zijn, omdat het de tentoongestelde kunst zou domineren en in de schaduw stellen. Wright daarentegen zag in zijn concept een prachtige symfonie uit bouwkunst en beeldende kunst, zoals zij in deze vorm in de wereld van de kunst nog niet bestond.


Doordacht en multifunctioneel


Dramatisch veranderd zijn behalve de architectonische eis aan hoge individualiteit ook presentatiemethoden en werkterreinen van musea. De eigenlijke tentoonstellingsruimtes hebben in de laatste decennia levendige groei gekregen. Moderne musea beschikken niet alleen over royale entrees, maar ook over cafés, museumshops, recreatiezones, bibliotheken, familiezones en natuurlijk indien mogelijk voorzieningen buiten. Daar komen nog theaters, restaurants, ruimtes voor lezingen, evenementen en conferenties. In de pas geleden (weer-) geopende Art Gallery of Alberta in Edmonton, Canada, heeft architect Randall Stout bijvoorbeeld een "New Vision" gecreëerd, die zowel uitgebreide ruimtelijke voorzieningen biedt als ook overtuigt door een sensibele architectuur: een grote glasgevel, gebogen vormen, die lijken op strikken, een terras met beelden, een in de ruimte "zwevende" lounge. Het bezoek is zeker een belevenis, het museum een levendige plaats, die bezoekers aantrekt en waar men graag verblijft. De tentoongestelde kunst komt ook niet te kort: het tentoonstellingsoppervlak werd ten opzichte van het vroegere gebouw bijna verdubbeld.
Daarmee wordt al duidelijk, wat tegenwoordig één van de opvallendste trends is. Afwisseling, interactie, flexibiliteit, ondersteund door mediale veelzijdigheid en hoge technische normen maken de museale ruimte tot een creatief toneel, waarop de meest uiteenlopende ontmoetingen plaatsvinden. Hand in hand daarmee gaan performatieve en gesimuleerde ruimtelijke concepten, die de zinnelijke en emotionele beleving in het middelpunt plaatsen. Graag met een interdisciplinair resultaat.


Cultuurtainment...


Waar een museum functioneert, kunnen ook velen functioneren. Getopt wordt het idee van modern "cultuurtainment" als zo vaak op het Arabische schiereiland. Op Saadiyat Island in Abu Dhabi, Verenigde Arabische Emiraten, ontstaat momenteel een heel cultuurdistrict inclusieve kunst-steden met namen van mondiale allure: Het Louvre Abu Dhabi, ontworpen door Jean Nouvel, toont zich als clusterachtige verzameling van gebouwen onder een halftransparant dak. Verder is het geweldige Guggenheim Abu Dhabi in wording (lees daarover ons interview met Verena Formanek, Senior Project Manager), ontworpen – als al in Bilbao - door Frank O. Gehry, een constructie uit gestuikte en elkaar geschoven rechthoekige blokken, prima's en kegels. Beide musea worden spectaculaire architectuurjuwelen, die elementen geïnspireerd op de traditionele, regionale architectuur integreren en modern interpreteren.
Het eveneens op Saadiyat tot stand komende Zayed National Museum van de architecten Foster + Partners werd geïnspireerd door de valkerij, een machtig symbool in de Verenigde Arabische Emiraten. De vijf torens zullen in vorm van vleugels schuin uit de aarde oprijzen. Als vierde museum ontwierp Tadao Ando, bekend voor zijn kloosterachtige-sobere architectuurtaal van ongepleisterd beton, het Maritieme Museum, met elementen ontleend aan de Daus, de traditionele zeilschepen van Arabische kooplieden. Er zijn nog meer opzienbare bouwwerken gepland, o.m. door Zaha Hadid en Hani Rashid.


... versus retraite


Natuurlijk heeft ook het tegenargument overtuigingskracht. In Italië is men bijvoorbeeld van mening, dat kunst liefst niet gescheiden moet worden van haar gegroeide context, maar in haar oorspronkelijke architectonische omgeving moet blijven. Hier geeft men de voorkeur aan een principiële verbinding tussen collectie, historische ruimte en museumarchitectuur. Laatste moet zodoende als meer functionele randvoorwaarde op de achtergrond treden en zo neutraal mogelijk zijn. Klassiek voorbeeld hiervoor is het door Carlo Scarpa vormgegeven Museo Castelvecchio in Verona. Een eveneens zo genuine mogelijke omgeving probeert het Spaanse museum voor Romeinse Kunst in Mérida te creëren. De museumstukken worden in een met tegels beklede betonnen bouwwerk van Rafael Moneo getoond. Het neemt verschillende elementen op van de Romeinse architectuur en vertaalt deze naar een eigentijdse architectuurtaal, zodat museum en collectie een unieke eenheid vormen, die door bezoekers wordt beleefd als Gesamtkunstwerk.
Museumruimte is – zo toont de tocht – zomede veelzijdig te interpreteren en oneindig vorm te geven. Ongeacht of stille observatie of interactieve beleving, of documenteren of leren of experimenteel laboratorium, narratieve show of performance, de ruimtelijke beleving is uiteindelijke de emotionele trigger, die alle intenties tot een geheel maakt en het concept laat werken. - Of ook niet. Spannend!

Ronnie Sambor / Brigitte Schedl-Richter

Bene-kantoormeubilair