Bene-kantoormeubilair
Nieuwsbrief
Manfred Bene, Schwarzwiesenstraße 3
28. Aug. 2011

Manfred Bene, Schwarzwiesenstraße 3

Werk- en leefwerelden met de vinger aan de pols: in gesprekken met tijdgenoten controleren wij statements, clichés of wensbeelden, die de ronde doen rond de werkplekken. Het ligt voor de hand, dat het kantoor voor iemand als Manfred Bene, die opgroeide in het familie-eigen kantoor-meubelbedrijf, een belangrijke rol speelt in het leven. Indrukwekkend is echter, met hoeveel "passie en fantasie" de ras-ondernemer zijn voorstellingen ontwikkelt en realiseert. Bij gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag en vijftig jaar werkzaamheid in het bedrijf vroegen Nicole Kolisch en Désirée Schellerer Manfred Bene om een interview.

Manfred Bene werd in het jaar 1941 geboren in Waidhofen/Ybbs in Neder-Oostenrijk. Na zijn opleiding in de houtbewerking en houttechniek in Hallstatt en Mödling trad hij al in 1961 toe tot het bedrijf van zijn ouders. Eerst was hij werkzaam als bedrijfstechnicus. In 1970 nam hij de leiding over de Bene AG over, in het jaar 2004 het voorzitterschap van het bestuur. Sinds 2006 is Manfred Bene voorzitter van de raad van commissarissen van de Bene AG. In zijn era leidde hij het bedrijf naar internationaal succes en positioneerde hij het in het bereik architectuur en design: in samenwerking met vooraanstaande architecten en designers wereldwijd ontwikkelt Bene kantoor- en werkwerelden - en daarmee een nieuwe kwaliteit van de leefruimte kantoor.

Stel, mijnheer Bene, u zou nu in uw bedrijf een kantoor inrichten. Hoe zou dat er uitzien? Zou het lijken op het actuele kantoor, dus een individueel kantoor, of een open ruimte zijn?


Ik sta zeker open voor iedere vorm van kantoorinrichting. In het bestaande geval zijn er maar zeer beperkte mogelijkheden, het kantoorgebouw is immers als een schip, waarin ik helemaal vooraan zit: mijn kantoor bestaat maar uit één wand, rondom is 80 procent raampartij. Dat is een ruimte, die men niet echt kan inrichten.

Staat er desondanks zoiets, als uw favoriete meubelstuk in dit kantoor?


Dat is de vergadertafel. Toen ik 23 jaar geleden hierheen verhuisde, had ik, als iedere andere manager al een mooie grote dikke schrijftafel en een kastje ernaast - en aan de andere kant van de ruimte stond dan de vergadertafel.

Maar, nadat ik vrijwel tweederde van mijn leven in gesprek had doorgebracht, vond ik dat eigenlijk volkomen onhandig. Altijd weer opstaan, erheen lopen, gaan zitten, de spullen er naartoe dragen… Daarom heb ik de vierkante tafel uitgevonden, die vergadertafel en schrijftafel in één kan zijn. Destijds bestonden er geen tafels in dit formaat. Dat was 1988.

Ik heb alles, wat in de ruimte stond, eruit gegooid en in plaats daarvan mijn vierkante tafel daar neergezet: Aan de ene kant zit ik, dat is mijn werkplek, rondom staan zes stoelen en daar wordt vergaderd. Het formaat heeft het voordeel. dat zes mensen er comfortabel omheen kunnen zitten; toch is hij echter niet zo groot als deze reusachtige vergadertafels. Men kan over de tafel reiken, men kan elkaar afbeeldingen tonen, men kan nog heel gewoon met elkaar praten en communiceren. Dat was eigenlijk de belangrijkste uitvinding bij het thema "eigen kantoor" – en tegenwoordig verkopen wij waarschijnlijk een groot gedeelte van onze managementtafels niet meer in het klassieke formaat 2,5x1 meter, maar 160x160 cm.

Heeft u de indruk, dat uw kantoor iets over u vertelt? Wilt u met uw kantoor wel iets over uzelf vertellen?


Nou ja, bij mij ziet het er op kantoor nogal rommelig uit...
Ik krijg brieven, informatie, brochures en wat niet nog meer, bekijk het en leg het weg, totdat ik vroeg of laat omringd ben door stapels papier.

Mijn werkplek wordt bepaald door allemaal spullen: catalogi van de concurrentie of een of ander cadeau van onze Japanse partner. Daarachter staat nog een kastje, waar alles ingeruimd is – en achter het kastje staan een paar oude aktetassen, een hobbelpaard en dergelijk dingen. Mijn kantoor is in geen geval voorbeeldig of typisch. Wat men daaruit kan concluderen: het administratieve detail vond ik nooit erg interessant.

Goed, het administratieve niet. Maar wat is uw favoriete bezigheid als het om het werk gaat?


Mijn favoriete bezigheid was en is, het creëren van een product of dit met een designer te ontwikkelen – en dan dit product te verkopen Natuurlijk heb ik bijna alles gedaan, toen ik begon in het bedrijf: van de controlling over de boekhouding tot aan de werkvoorbereiding. Mijn motto, en bij Bene in het geheel, luidt echter "fantasie en passie". En mijn hart ging altijd uit naar het ontwikkelen, het gesprek met de verkopers, met klanten en architecten.

Hoe ziet dat er op een gewone werkdag uit?


Ontwikkelen gaat niet alleen maar over het design, maar betekent, producten creëren, die precies in de markt passen, maar daarbij tien procent verder zijn dan de actuele producten van de markt. Alleen op deze wijze kunnen zij per slot van rekening een stempel drukken op hun tijd. Daarom kozen wij al heel vroeg voor de eigen verkoop, want alleen dat, wat ik toon, begrijpt de klant ook; dat is ook het enige, wat ik goed kan communiceren. Dat betekent echter ook: wij moeten allemaal authentiek leven, wat we verkopen; zijn, wat we creëren en de klant duidelijk willen maken.

Dat hoort voor mij allemaal bij dit ontwikkelingsproces. Dat betekent, als men ontwikkelt, lopen er parallel altijd vele films mee: kosten, materiaal, productie, concurrentiepositie, marktpositie. Is het design "ver weg" of is het juist de volgende stap in een ontwikkeling? Is het een innovatief, maar voor de markt wel een billijk aanbod? Kan de klant het begrijpen
?

Daarom is het merk-imago voor Bene erg belangrijk. De bekendheid en de kracht van het merk geeft de verkopers en de klanten zekerheid. Want meestal is de klant geen professionel op inrichtingsgebied. Hij begeeft zich bij zijn (koop-)beslissingen op onbekend terrein. Vaak weet hij niet, wat hij eigenlijk wil. In de verkoop zijn wij ermee belast, dat de klant zich iets kan voorstellen.

Ik heb mij vaak afgevraagd, wat het voor u betekent, als u in uw kantoor zit en u ziet voortdurend hoe de containers met het Bene-logo, dus met uw naam erop langsrijden…

Dat zie ik niet zo. Ten eerste kijk ik niet naar buiten. Ten tweede is het maar toevallig, dat wij dezelfde naam hebben - het bedrijf en ik. Ik heb mijzelf nooit als de eigenaar gezien, ik heb geprobeerd, mij als een manager te gedragen. Hoewel ik weet, dat mijn beslissingen de hoogste lat waren, heb ik het nooit op de proef gesteld. Ik heb altijd geprobeerd, het bedrijf met het team te leiden en te ontwikkelen. Dus, dat ik toevallig zoals het bedrijf heet, is een uitvinding van de marketingafdeling.

Heeft u eigenlijk een Home-Office?


Nee. Ik heb het voordeel, dat ik in vier minuten van thuis op kantoor ben.

U gaat nog iedere dag naar het kantoor?


Vaak. Ik ga graag naar de zaak. Ook al houd ik mij niet concreet met het gebeuren bezig - dat zou ik nooit doen - , word ik toch gezien als een soort cultureel monument.
Wat ik wel kon doen, is de houding van het bedrijf ten opzichte van creativiteit duurzaam maken, juist de instelling over "fantasie en passie". De meeste medewerkers dragen dit stempel al, dit bewustzijn: wij zijn iets bijzonders en wij moeten iets beters maken.

U heeft erg veel tijd op kantoren doorgebracht. Is er een wow-belevenis, waaraan u zich kunt herinneren in de context van kantoren?


Principieel zijn er positieve en negatieve ervaringen. Veel indruk heeft in de jaren '70 in Holland, de bezichtiging van een bestuursgebouw van Centraal Beheer Verzekeringen in Apeldoorn, van de architect Herman Hertzberger gemaakt: een kantoorpand voor 2.000 mensen, dat weliswaar gerangschikt en in overzichtelijke zones gesegmenteerd, maar geheel open was. In het gehele gebouw waren er geen deuren en geen barrières. Dat had destijds een ongelooflijke mate aan vrijheid van denken gesignaleerd en ook in de wijze, waarop men met elkaar omgaat.

Opvallend was: het management heeft de medewerkers aangeboden, zij mogen hun kleine zones telkens decoreren, zoals zij willen. Betrad men een afdeling, waar vrouwen werkzaam waren, was deze decoratie mooi, uitbundig, hartstochtelijk, positief tot aan de kleine vogelkooi, met planten versierd etc. – En op de mannenafdelingen was alles precies zo, als men het hen af fabriek had neergezet

Dit vermogen, de omgeving vorm te geven, was bij de vrouwen ver ontwikkeld en bij de mannen minder. Dat was zonder meer een wow-belevenis. Daarom wilde ik ook absoluut een vrouw in de raad van commissarissen hebben, maar dat was er niet zo gemakkelijk doorheen te krijgen.

Wat is dan een belangrijk tool voor het werk?


Juist omdat ik geen man van de administratie ben, moet ik in dat opzicht erg gedisciplineerd zijn. Mijn belangrijkste tool is daarom de agenda, met alle adresboeken erin. Ik noteer erin, wat ik die dag moet doen - en streep het door, zodra het is gebeurd. Als ik het niet heb gedaan, moet ik het opnieuw noteren op een nieuwe datum... Heel eenvoudig – maar voor mij erg belangrijk, omdat ik anders alles zou vergeten. Dat is geen "tool". Dat is een hulpmiddel, heel ouderwets en analoog. En het heeft als voordeel: ik sla het open en zie in één oogopslag, of er een afspraak staat of niet. En ieder ander moet eerst omslachtig intoetsen en verschillende programma's openen...

Kent uw gewone kantoordag een soort ritueel?


Het enige ritueel is ongeveer 30 jaar geleden ontstaan, maar ik weet niet waarom. Iemand was er 's ochtends vroeg vanuit gegaan, dat ik wel een kop koffie kon gebruiken. En sindsdien komt uiterlijk na zeven minuten onze servicedame en brengt mij een dubbele espresso met een glas koud water. Dat is werkelijk bijna een ceremonie. Ik krijg de koffie naar mijn kantoor gebracht.

En altijd de dubbele?


Ja altijd. Een kleine verwennerij. Dat is het enige, wat mij daarbij te binnen schiet.

Hartelijk dank voor het interview.


Bene-kantoormeubilair